Van Bulgarije naar Baseflow: Mijn plek vinden als vrouw in de techwereld
Elitsa Marinova
—
Cultuur
Written by
Ik weet nog precies het moment waarop ik dacht: “Dit wil ik later doen.” Ik was zestien en keek naar een aflevering van The Fosters. Zo’n Amerikaanse tienerserie met een beetje drama, een beetje liefde, en ineens: een meisje dat robots bouwde en code schreef alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Ze was geen stereotype of bijrol. Ze was slim, zelfverzekerd en deed iets waar ze duidelijk van hield. Ik vond haar geweldig. En vanaf dat moment bleef het idee hangen: ik wilde softwareontwikkelaar worden. Al had ik toen nog geen flauw idee wat dat eigenlijk betekende.
Op de middelbare school koos ik steeds vaker vakken die met technologie te maken hadden. We werkten onder andere met Microsoft-tools en ik merkte dat ik daar echt plezier in had. Achteraf gezien was er nog iets bijzonders aan die periode: al mijn docenten in die techvakken waren vrouwen. Op dat moment stond ik daar niet eens bij stil. Maar terugkijkend besef ik hoeveel dat heeft betekend. Het zorgde ervoor dat ik nooit heb getwijfeld of ik wel “thuishoorde” in de techwereld. Het voelde als een open plek. Eentje waar ik gewoon mezelf mocht zijn, zonder te hoeven bewijzen dat ik erbij hoorde.
Ik wist vrij jong al dat ik in het buitenland wilde studeren. Niet omdat ik per se weg wilde uit Bulgarije, maar omdat ik nieuwsgierig was. Ik wilde zien hoe onderwijs ergens anders werkte en ik wilde een leven opbouwen op mijn eigen voorwaarden. Het land waar ik zou gaan studeren moest Engelstalige opleidingen aanbieden, betaalbaar zijn én de mogelijkheid geven om zelfstandig te wonen en niet op een campus, maar echt in een stad.
Eerst dacht ik aan Denemarken. Maar daar waren de toelatingseisen voor wiskunde veel hoger dan wat mijn middelbare school had aangeboden. Dus ik moest verder kijken. Uiteindelijk kwam ik uit bij Saxion Hogeschool in Enschede. De opleiding heette Applied Computer Science en was precies wat ik zocht: een goede balans tussen software en hardware.
Wat ik me toen nog niet realiseerde, was dat ik aan een nieuw leven zou beginnen midden in een wereldwijde pandemie. Geen introductieweek, geen lunchpauzes met klasgenoten, geen spontane “weet jij waar lokaal 3.05 is?” gesprekken. Alles was online. Iedereen zat op afstand. Mijn eerste jaar was zwaar. Ik voelde me vaak alleen. Maar het leerde me ook doorzetten. In mijn tweede jaar begon er langzaam iets te veranderen. Ik vond mijn ritme. Ik begon me sterker te voelen, meer op mijn plek.
En toen vond ik Baseflow.
Toen ik solliciteerde voor mijn stage bij Baseflow wist ik niet goed wat ik moest verwachten. Ik hoopte op een fijne plek, maar rekende ook een beetje op zo’n “doe maar professioneel, leer in stilte, val niet teveel op” ervaring. Wat ik kreeg, was iets totaal anders.
Vanaf dag één voelde het goed. Wat me direct opviel was hoe benaderbaar iedereen was. Of iemand nou al tien jaar ervaring had of net begonnen was, ze maakten tijd voor je. Niemand behandelde me als “de stagiair”. Mensen luisterden echt, vroegen naar mijn mening en lieten merken dat ik erbij hoorde.
Maar misschien nog wel het belangrijkste: ik voelde niet de behoefte om mezelf te bewijzen. Ik mocht mezelf zijn. Ik mocht fouten maken, vragen stellen, leren. Het voelde veilig.
In die eerste weken had ik veel gesprekken met mensen over wie ik was, waar ik vandaan kwam en wat ik belangrijk vond. Eén vraag bleef me bij: “Wat heb jij nodig om het gevoel te hebben dat je op de juiste plek zit?”
Dat was geen beleefdheidsvraag. Het kwam voort uit iets groters. Bij Baseflow zijn we met z’n allen op een soort gezamenlijke zoektocht. We bouwen niet alleen goede software, we willen ook een plek creëren waar mensen graag werken. Niet door leuke voordelen of hippe kantoren, maar door echte, bewuste gesprekken. Over groeien. Over veiligheid. Over gezien worden. En nee, we hebben niet overal een antwoord op. Dat is juist het mooie.
Wat voor mij persoonlijk veel betekent, is de Women Support Women circle bij Baseflow. Die is ontstaan vanuit de wens om als vrouwen onder elkaar een plek te hebben waar we kunnen verbinden, open kunnen praten en elkaar kunnen versterken. In een vakgebied dat nog steeds grotendeels uit mannen bestaat, is het extra belangrijk om een community te hebben die voelt als een veilige haven.
Ons doel is om een omgeving te creëren waarin we op elkaar kunnen bouwen, elkaar kunnen helpen groeien en vaardigheden met elkaar kunnen delen die ons sterker maken. Of het nu gaat om werkgerelateerde onderwerpen of persoonlijke uitdagingen, we proberen elkaar te ondersteunen in alles wat erbij komt kijken. Door die cirkel voelen we ons zekerder en meer verbonden. Het is geen formeel initiatief met schema’s of doelstellingen, maar iets dat vanzelf is ontstaan uit vertrouwen en behoefte. En voor mij is het inmiddels een belangrijk onderdeel geworden van hoe ik Baseflow ervaar.
Wat me steeds duidelijker wordt, is dat Baseflow niet alleen een lerend bedrijf is op technisch vlak, maar ook op het gebied van cultuur. We verbeteren niet alleen onze code, we verbeteren ook onszelf. Dat zie je in hoe er feedback wordt gegeven, in de vragen die we elkaar stellen, en in de ruimte die er is voor persoonlijke groei.
Daardoor realiseerde ik me op een gegeven moment: ik ben hier niet alleen om een baan te doen. Ik ben onderdeel van een proces. Een gezamenlijke poging om deze werkplek steeds beter te maken. Niet alleen voor mij, maar voor iedereen die nog komt.
Ik heb nog steeds vragen. Over hoe ik een goede teamgenoot kan zijn, hoe ik ruimte maak voor anderen, hoe ik met empathie kan samenwerken of misschien ooit leiding kan geven. Maar het verschil is: hier voel ik me veilig genoeg om die vragen te stellen. Hier word ik uitgenodigd om te leren. En ook om iets terug te geven. Om mijn eigen ideeën te delen, mijn observaties. Dat is voor mij de definitie van samen bouwen.
Dat betekent niet dat alles perfect is. We zijn nog steeds aan het ontdekken wat voor soort organisatie we willen zijn. Maar eerlijk? Juist dat maakt het spannend.
Eén van de dingen waar ik het meest aan moest wennen, was de Nederlandse directheid. In Bulgarije wordt feedback vaak verpakt in lagen van beleefdheid. Hier zegt iemand gewoon: “Dit werkt niet,” en dat is het dan. De eerste paar keer dacht ik: wow. Maar na een tijdje begon ik het te waarderen. Het is niet bedoeld om je te raken, maar om helder te zijn. En als je dat eenmaal begrijpt, voelt het eigenlijk bevrijdend. Het heeft me zelfverzekerder gemaakt, niet alleen als developer, maar ook in hoe ik communiceer en samenwerk.
Als ik in één zin zou moeten zeggen wat Baseflow voor mij betekent, dan is het dit: het is een plek waar ik niet alleen mag groeien, maar ook mag meebouwen aan iets dat zelf nog volop in ontwikkeling is.
En als dit is hoe het voelt om deel uit te maken van een organisatie die wil ontdekken wat ervoor nodig is om de beste werkgever te worden, dan ben ik ontzettend blij dat ik mee mag doen aan die reis.



